woensdag 4 maart 2009

Geheime personeelsvergadering.


Terugkomend van een burenbezoek troffen wij, de hoofdredactie dus, ons personeel aan op straat. Op zich niks vreemds, maar er werd niet gespeeld of gesnuffeld. Nee, het leek hier eerder om een geheime bijeenkomst te gaan. Wij bleven op een afstandje toekijken. Immers, mocht er een staking of iets dergelijks dreigen, dan willen wij dat graag bijtijds weten heh?



Dit leek op een meningsverschil. Ja, even daarvoor hadden Japekop een de Boez geneusd, maar nu hing er toch een soort vijandigheid in de lucht. Let vooral op de houding van Japekop (oren naar achteren en staart laag).



Ja, mevrouw Troy was er ook bij. Dit hadden wij niet van haar verwacht. Meestal staat zij toch aan onze zijde maar nu spande zij samen met de anderen. Tenminste, zo leek het. En dit stak ons zeer. Hoewel, ging het hier wel over het werk? Zagen wij geen spoken? Misschien bespraken zij wel een leuke verrassing voor de hoofdredacteur, of voor de fotograaf? Wij moesten maar eens wat minder wantrouwend worden...




Wij hebben nog even toegekeken, maar toen er geen duidelijkheid kwam over de aard van deze geheime vergadering en het gespreksonderwerp ook niet ons brein bereikte, zijn wij maar dwars door de kring heen gelopen en de redactie binnen gegaan.
Even later kwam het hele stel thuis, maar er werd verder nergens meer over gesproken.
Wij tasten dus nog steeds in het duister en kunnen niets anders doen dan afwachten. In elk geval wordt er vooralsnog niet gestaakt, en dat ervaren wij als zeer positief.

dinsdag 3 maart 2009

Brandende staartharen.


Mevrouw T. Troy:
Ik heb dus helemaal niks met kaarsen of waxinelichtjes. Nee, die vlammetjes zeggen me totaal niets en ik besteed daar dus ook geen aandacht aan. Ik vergeet zelfs dat ze er zijn.



En dat schijnt dus een probleem te zijn. Ja, omdat ik altijd met mijn staart zwiep dus, en dan kan het wel eens voorkomen dat ik door zo'n vlammetje ga. Met mijn staart dus inderdaad.
Maar dat schijnt dus erg storend te zijn. Niet zozeer voor mij dus, maar vooral voor mijn mens.




Dus als er ergens zo'n vlammetje staat - op tafel bijvoorbeeld - dan wordt mijn mens erg nerveus. Dan gaat ze tegen me duwen en probeert mijn staart een andere richting te geven. Of ze begint te roepen dat ik moet opdonderen.
Tja, het enige dat gebeurt is dat mijn staart vlam vat. Dat is altijd maar heel even, dus erg kort, zal ik maar zeggen. En dan brandt m'n staart niet echt maar schroeit even.
Voor mij is dat vervelend. Want dan moet ik mijn staart gaan wassen. Ja, dat moet net zolang totdat al die verschroeide haartjes zijn weggelikt. Geen gemakkelijke taak nee, maar wel dus mijn taak en niet de hare. Maar dan moet je mijn mens horen. Alsdat het stinkt in huis en dat zou dan mijn schuld zijn. Ja, door die paar verschroeide haartjes. Waar ik dus zelf meer last van heb dan zij. Let op, want wat zij regelmatig doet is veel erger dan die paar schroeiende haartjes van mij.
Punt 1: Ze wast zichzelf dus niet met haar tong maar doet een of ander goedje op een washand waar een stinkdier nog flauw van zou vallen. Ja, dat moeten wij maar accepteren.
Punt 2: Ze wast de lakens van het bed als die net lekker beginnen te ruiken met een zogenaamde "lentefris" of "zomergroen".
Punt 3: Ze dweilt de vloer met een middel waar de blafbeesten geen brood van lusten, dompelt onze voerbakjes onder in een groen sopje en gooit iets in het mensentoilet dat geurt naar de ideale kattenbak van een daklozenopvang.
Punt 4: Breek me de bek niet open, ik kan nog talloze voorbeelden noemen van het verpesten van de natuurlijke geuren in ons huis.
Maar wel dus dat gezeur over een paar brandende staartharen! Dat dat nou zo verschrikkelijk (ach, ach) stinkt! Waar hebben we het nu eigenlijk over? Heh???
Nee, ik zal ze nooit begrijpen, dat mensenvolk.

Groeten aan de Katbladstraat....


Sylvester:
Ha, mevrouw Katblad. Tijd geleden heh? Ja, want begin november ben ik verhuisd. Uit de Katbladstraat inderdaad. Ja, we woonden tegenover elkaar. En ik was net op tijd weg. Net voor het opbreken van de straat ja. Met mij is het erg goed. Ja, de verhuizing is meegevallen en ik woon nu in een groter huis en op stand bovendien. Nee, ik ga u geen rondleiding geven, maar een paar plekjes wil ik u wel laten zien.



U bent net door de voordeur gekomen? Wel, dan heeft u daar mijn bak zien staan. Ja, ik krijg ook mijn eten op de onderste verdieping. Nee, de kelder is nog een trapje naar beneden, maar daar kom ik niet. U kwam via een trapje in de huiskamer, niet? Ja, daar vond u mij. Nu zijn wij via weer een trapje nog een stukje hoger gegaan. Hier is de keuken dus. Ja, daar komen de heerlijke geuren vandaan.



Dit trapje gaat nog weer verder naar boven. De slaapvertrekken inderdaad. En een badkamer en dergelijke. Maar daar gaan we nu niet heen want dat is privé. Daar weer boven is nog een verdieping. Ja, met nog enkele kamers. Een hoop trapjes niet? Ja, goed voor mijn lijn, dat is een ding dat zeker is. Maar ik beklim de trapjes met mate. Omdat mijn bak en voerbakje helemaal beneden staan inderdaad. Ik had natuurlijk liever gelijkvloers gewoond, maar dit kan er ook wel mee door. Bovendien is het hier op stand, en dat telt uiteraard zwaar. Nee, ik zou hier niet meer weg willen. Tenzij mijn mensen zouden besluiten om weer te gaan verhuizen natuurlijk, want ik ben erg op hen gesteld. Dus dan zou ik inderdaad met ze mee gaan. Maar we wonen hier nog maar pas, dus laten we maar niet speculeren over een volgende verhuizing. Voorlopig is het genoeg geweest, dat gesjouw met dozen etcetera.




Kijk, dit is de eethoek. Van mijn mensen ja. Ja, hier valt wel eens wat en dat ruim ik dan op. Zoals een goede huiskat betaamt inderdaad. Het kleine hij-mensje laat regelmatig wat vallen, en dat is er misschien wel de oorzaak van dat ik niet verder ben afgevallen, ondanks al dat trappen lopen. Maar er is nog hoop. Ja, gaat u weer even met mij mee?




Dit is onze tuin ja. Grenzend aan een water inderdaad. Nee, ik ben nog niet zo verschrikkelijk vaak buiten te vinden, maar dat is omdat het weer niet meewerkt. Maar ik weet zeker dat ik in de toekomst daar vaak ga rondstruinen. Er is alleen een nadeel. U wilt weten wat ik daarmee bedoel? Wel, langs het water lopen vaak blafbeesten. Ja, u kent dat wel: snuffelen, ronddraaien en tenslotte een hoop deponeren. En niet begraven dus, heh? Erg irritant ja. Ja, daar moeten we nog wat op vinden. Maar verder voel ik me reeds een echte burgerkat van het Wassenaerse. Nee, ik zou niet meer terug willen naar Leiden. Blijft u bij ons dineren? Dat is gezellig. En als u straks weer naar huis gaat en ik spreek u niet meer, wilt u dan de groeten doen aan de poezen van de Katbladstraat? Nee, niet aan Storm. Ja, aan hem had ik een pesthekel.

Ingesloten in vijandig gebied, deel 2 (slot)


Waar waren we ook alweer gebleven? O ja. We waren ingesloten door de leden van de partij "Hof is Vol", en dat waren dus Panda, Rooie Gijs en Harremans. De Boez leek helemaal niet bang, maar rende toch niet zo vrolijk en onbevangen rond in de Hoftuin als de eerste keer dat we hier waren. Nee, toen was hij met Iwan en zaten die andere jongens binnen of op een dak ofzo.
Dit was andere koek.



Je kon duidelijk zien dat Boez zijn ogen goed gebruikte. Niet alleen om te verkennen, maar ook om die gevaarlijke jongens goed in de gaten te houden. We prezen de kleine om zijn moed.



Harremans volgde de Boez nauwgezet met zijn ogen. Niets ontging hem. We vroegen ons af waar Har op zat te wachten. Want dat hij niet zo rustig zou blijven zitten, dat wisten we best wel.




Opeens stond Rooie Gijs op en liep richting Poort. Het was overduidelijk dat hij op mevrouw Troy afging. Dat was een tegenvaller voor ons, want T. Troy is altijd bereid in noodsituaties van haar gezin op te treden. Maar nu liep zij zelf gevaar! Gelukkig zagen wij hoe mevrouw Troy zich, toen Rooie Gijs naderde, verwijderde van de Poort richting poezenloket. Zij was tenminste veilig en dat was een hele geruststelling voor ons. Maar onze rugdekking was dus wel weg! Rooie Gijs had de zaak slim aangepakt dus.



De Boez snuffelde door maar bleef op zijn hoede. Op dat moment had hij een extra paar ogen goed kunnen gebruiken. Wij bleven natuurlijk bij hem in de buurt. Alsof dat enig nut zou hebben.....




Boez blijft goed opletten. Maar misschien moet hij Harremans juist niet zo vaak in de ogen kijken? Zou dat "steeds kijken" niet Harreman's agressie opwekken?



Boez snuffelt nog even aan een plantje.
Maar dan gaat alles opeens heel erg snel....



Harrmans heeft zich opgericht en springt op de Boez af. Boez uit een kreet en neemt de benen. Op hetzelfde moment komt Panda overeind en komt ook in galop naderbij. Wij houden ons hart vast. Het is namelijk heel erg snel aan het kloppen. Zie je wel! Nu loopt het toch nog uit de hand! We hadden hier niet moeten komen vandaag in deze tuin met al die extreem-rechtse rotjongens.
Japekop en Troy hadden dit wel aangekund. Zij zijn door de wol geverfd. Maar deze kleine Boez, nog zo onschuldig en onbedorven! Wij hadden hem niet mogen blootstellen aan dit geweld!
Maar Boez blijkt een slim ventje en duikt onder een struik.


Gelukkig. Boez was even veilig. Maar voor hoelang? Achter hem zat Harremans. Zijn ogen glinsterden van ja, wat? Triomf? In elk geval was dit een vervelende situatie. Waar was Panda trouwens?



Ja hoor, daar kwam Panda al. Klaar om onder de struik te kruipen en onze Boez aan te vallen.



Panda loerde onder de struik door en was op zoek naar een ingang tussen de takken. Ja, om bij de Boez te kunnen komen inderdaad.



Harremans deed hetzelfde aan de andere kant van de struik. De Boez kon geen kant uit. En toen? We moesten wel, we konden niet anders. We deden wat tegen alle regels in is. Wat het einde kan betekenen van het Leidsch Katblad omdat het verboden is. Wij vergaten even dat wij verslaggever en fotograaf waren en trokken partij. Maar dat niet alleen. Nee, wij grepen ook nog in.
Nee, wij begonnen niet te roepen en wij gingen niet slaan. Schelden deden wij ook niet. Wij gedroegen ons als kat. En gaven Panda zo een koekje van eigen deeg. Wij gingen op Panda af en bliezen hard in zijn snuit. Zoals een moederpoes haar jongen verdedigt. Misschien hebben we er ook wel een beetje bij gespuugd. Dat zou zomaar kunnen. Probeert u het zelf maar eens: heel hard tussen je tanden door blazen. Ja, u merkt het al? Kleine spettertjes inderdaad, dat hou je bijna niet tegen.
In elk geval schrok Panda zich het apezuur. Een mens dat zo hard blaast en dan ook nog recht in je tronie! Hij deinsde achteruit en keek ons verschrikt aan.
En op dat moment wist de Boez dat hij kon ontsnappen. Hij deed dat dus ook. We zagen hem niet eens gaan, zo snel kwam hij onder de struik vandaan en ging hij de Poort door.
En Panda, ternauwernood van de schrik bekomen, rende achter hem aan. Maar de voorsprong van de Boez was te groot. De Boez was veilig. Wij haalden opgelucht adem......



Wij boden Panda nog onze excuses aan. Ja, voor het feit dat wij hadden ingegrepen en hem zo aan het schrikken hadden gemaakt. En spraken daarbij de wens uit dat hij ons zou vergeven en voortaan niet weg zou lopen voor ons en onze camera. Wij vroegen hem eveneens of hij deze boodschap door wilde geven aan zijn broer Harremans, die trouwens druk onder de struik aan het controleren was of de Boez daar nog wat had achtergelaten. Nee, wij weten ook niet wat. Misschien gewoon een luchtje, ja.
Toen wij, voor we de Poort doorgingen, nog even omkeken, zagen wij dat ook Panda onder de struik was gedoken. Wij riepen nog snel een vriendelijk afscheidswoord, maar de beide broers hadden het te druk om daarop te reageren.



Op de redactie zat de Boez met zijn grote schrikogen in het raam. Of in het poezenloket zo u wilt. Hij verwelkomde ons met veel warmte en dankbaarheid.



Wij hebben hem wel uitgelegd dat hij in het vervolg zijn eigen boontjes moet doppen. Dat wat wij hadden gedaan (de blaasactie dus), tegen de regels in was geweest en dat wij daarmee het voortbestaan van het lkb op het spel hadden gezet. De Boez luisterde echter niet. Hij was nog te veel in de war. Wij hebben hem daarop maar wat brokjes gegeven en het poezenloket gesloten.
(Rooie Gijs hebben wij trouwens niet meer gezien nadat hij achter mevrouw Troy aan was gegaan. Wij hebben hieruit geconcludeerd dat hij niet deugt als partijleider. Mevrouw Troy was na het incident met Rooie Gijs gewoon aan haar middagdutje begonnen. En waar Japekop al die tijd had gezeten? Hij had waarschijnlijk weer iets belangrijks te doen op het dak ofzo..... In elk geval is hij zijn bonus van deze week kwijt, dat is een ding dat zeker is.)

Nog een keer uitleggen?



Tummy:

Ik was net van plan om naar binnen te gaan. Ja, ik zag u aankomen maar heb effe helemaal geen zin in een interview of om op de foto te gaan. Daarom ben ik ook weggekropen inderdaad. Maar ja, nu u toch staat te knippen met die camera, moet het maar. Ik kan toch nergens heen. Nee, want ik was net van plan om naar binnen te gaan dus. Waarom ik dat dan niet doe? Wel, mevrouw Katblad, u staat met uw grote mensenlijf vlak voor mijn kattenluik en u weet hoe ik ben! Nee, ik ga niet langs u, nu niet en nooit niet, dus als u zo vriendelijk wil zijn om u uit de voeten te maken met uw camera en de weg vrij voor mij te maken, dan kan ik eindelijk eens mijn huis binnen! Moet ik het soms nog een keer uitleggen? Tjonge jonge.

maandag 2 maart 2009

Ingesloten in vijandig gebied, deel 1


Wij wilden een uitstapje maken naar de Hoftuin en vroegen mevrouw Troy en de Boez met ons mee te gaan. Boez twijfelde aanvankelijk even. Hij had het eigenlijk veel te druk met het zooien op de 30 vierkante meters voor ons huis. Maar omdat mevrouw Troy wel bereid was ons te vergezellen, besloot hij (Boez dus) ons ook te volgen.



Mevrouw Troy was halverwege de Poort toen ze haar wandelingetje onderbrak. Ze keek om waar de Boez bleef, en toen ze hem in het oog kreeg beval ze hem terug te keren. Wij begrepen wel waarom!



In de Hoftuin, vlak om het hoekje van de Poort, zat namelijk deze Poortwachter. Jaja, die kleine volgeling van Rooie Gijs en Mio van de partij "Hof is Vol". Panda dus inderdaad!



Panda had dienst, zei hij. Ja, hij had de opdracht om alle vreemdelingen zo snel mogelijk de Poort uit te rammen omdat hij niemand mocht toelaten in de Hoftuin. Toen wij hem vertelden dat wij van de pers waren en dat wij dus altijd toegang moesten krijgen, trok hij zijn neus op. Durfden wij de gok te wagen en de tuin te betreden?



Mevrouw Troy was teruggegaan naar de redactie. Wij begrijpen dat zij geen zin had om de confrontatie aan te gaan met Panda. De Boez echter was bijna in de tuin toen ook hij Panda zag zitten. Wat moesten wij doen? Afdruipen en de Boez mee terug nemen naar de redactie? Of de natuur zijn gang laten gaan en de Boez kennis laten maken met de minder vriendelijke haarfabrieken van onze maatschappij? Hem leren dat het niet altijd overal veilig is en dat hij zijn eigen beslissingen moet nemen?



Boez was in verwarring. Hij wist niet wat hij aan moest met deze situatie. Hij wil graag verslaggever worden, maar er zijn natuurlijk grenzen.....



Mevrouw Troy bleek niet ver weg te zijn. Ze zat aan het eind van de Poort te wachten tot de hel los zou breken. Maar vooralsnog was er nog niets aan de hand al liep de spanning wel op.



Tot overmaat van ramp zat er in de tuin nog zo eentje. Ja, nog een aanhanger van "Hof is Vol"! Ook Harremans (want zo heet hij) keek niet echt vriendelijk.
Nogmaals overwogen wij de terugtocht te aanvaarden.



En toen wij ook nog eens Partijjleider Rooie Gijs zagen zitten met zijn chagrijnige snuit, was onze beslissing genomen. Wij gingen onze Boezelmans toch niet blootstellen aan de agressie van deze drie vreemdelingenhaters!



Doch de Boez was al voorbij Panda, en deze laatste hield zich rustig. Op dat moment althans.
Mevrouw Troy deed alsof ze met de zaak niks te maken wilde hebben, maar keek toch af en toe om.
Maar zij zou zich wel redden; wij moesten onze aandacht bij de Boez houden.



En Boez kwam steeds een stukje verder de tuin in. Panda volgde hem met zijn ogen maar ondernam geen actie. Hadden de drie partijgenoten misschien een plan? Of werd er gewacht op een sein van Rooie Gijs? In elk geval waren wij nu ingesloten: Panda bij de Poort, achter ons Rooie Gijs, en in het midden van de tuin Harremans. Wij bleven op onze hoede en deden een schietgebedje....
(Wij moeten hier onze verslaggeving even onderbreken wegens een andere dringende zaak. U leest in het volgende deel of wij in de problemen raken of niet.....)

Voorjaarskat?


Ach, wie hebben we daar? Jawel, het is Bobo. Woont aan het eind van de katbladstraat, vlakbij het gevaarlijke water. We zijn blij om Bobo weer eens te zien!


Bobo:
Wat ik hier doe? Ik wacht op het voorjaar. Ja, ik heb gehoord dat dat eraan komt dus ik dacht dat ik maar even buiten moest gaan zitten - ja, een beetje hoog inderdaad - want dan zie ik het voorjaar misschien wel de straat inkomen. Heeft u al iets gezien? Misschien een klein vleugje ervan? Nee? Ik ook niet. En ik zit hier al een tijdje dus ik kan het echt niet gemist hebben. Nee, als er wat de straat in was gekomen, had ik het gezien, dat kan ik u wel verzekeren.



Ja, ik kijk regelmatig naar links en naar rechts, voor het geval het net van de andere kant komt.
Ik verlang erg naar het voorjaar ja, maar weet helaas niet hoe het eruit ziet. Dat maakt het wel ingewikkeld inderdaad. Ik dacht net, toen de zon even scheen ja: nu komt het eraan. Ja, het werd iets warmer en ik rook iets vreemds. Iets van bloemengeur ja, maar het was ook zo weer verdwenen ook. Het kan natuurlijk zijn dat het voorjaar onze straat is voorbij gelopen. Ja, dat zou erg jammer zijn. Maar het kan ook zijn dat het even opgehouden wordt, en in dat geval komt het dus gewoon iets later.



Maar ik blijf het in de gaten houden. Ja, ik kijk ook regelmatig of het niet over het dak komt, dat weet je natuurlijk nooit. Alles is mogelijk ja, dus hou ik hier alle kanten in de gaten. En als het vandaag niet komt, komt het misschien morgen wel, heh? Ja, ik hoop dat het niet al te lang meer duurt, want het is nog behoorlijk koud hier. Ik bedoel als je wat hoger zit inderdaad. Misschien wacht het voorjaar wel op wat warmer weer, dat zou ook nog kunnen. In elk geval ben ik blij dat ik u weer even gezien heb. En gesproken ja. Heeft u nog nieuws uit de straat voor mij? Nee? Echt veel gebeurt er niet heh? Nee, ook daarom al is het hoog tijd dat het voorjaar komt. Ja, ik hou het voor u in de gaten, dat beloof ik u.

In galop


Wij zagen Zwarte Gijs in galop voorbij onze camera rennen en vroegen ons af waarom. Werd hij op de hielen gezeten? Wij keken om ons heen maar konden geen andere haarfabriek ontdekken. Ook geen blafbeest of iets van dien aard trouwens. Kwam er dan een wielhuis aan, of een tweewieler? Ook daarvan was geen sprake. Wij konden tenslotte niet anders dan concluderen dat Zwarte Gijs niet op de foto wilde en daarom voor ons en onze camera wegrende.....

zondag 1 maart 2009

Ik zeg niks....


Boez:
Lawaai? Wij maakten herrie, zegt u? Nee hoor, dat waren wij niet. Nee, wij waren niet aan het vechten. Wat u hoorde was vast en zeker bij de buren. Hier heerst vrede ja. We hebben hooguit een beetje gespeeld, maar daar kwam geen geweld bij te pas. En dus ook geen herrie nee. U moet zich dus vergist hebben. Ik deed in elk geval niets wat niet mag.



Oom Japekop ook niet, heh, oom Japekop? Nee, wij waren braaf.



Japekop:
Ik zeg niks, anders moet ik liegen. Dus laat mij er maar even langs, dan kan ik naar beneden. Ja, ik heb het helemaal gehad hierboven. Als u nu de trap afdaalt en de voordeur voor mij open doet, kan ik buiten even afkoelen. Maar verder zeg ik niks nee.

Ogen prikken in mijn rug.


Siep:
Ik weet zeker dat ze naar me zitten te gluren. Wel, dat voel ik gewoon. Ogen die prikken in mijn rug ja. Nee, ik heb het zelden mis.



Daar bewoog wat. Zag u het ook? Nee? Maar er zat wel wat daar. Ja, ik weet het zeker. Nee, mijn gevoel bedriegt mij nooit.
Weet u zeker dat u alleen bent gekomen? Geen verslaggevers meegenomen? En u bent onderweg hiernaartoe ook niemand tegengekomen? Iemand die u gevolgd is? Nee?
En toch weet ik dat hier iemand naar me zit te gluren. Nee, dat bevalt me niets. Ik denk dat ik maar weer naar binnen ga. Omdat ik het niks vertrouw, nee.....



(Siep had gelijk. Dit is Cera; zij was ons gevolgd en daar hadden wij niets van gemerkt. Toen wij de Kruidentuin verlieten, zagen wij haar zitten. Siep was inmiddels weer haar huis ingegaan. Onderschat het instinct van katten nooit! En bedenk dat zij nooit doen alsof! Nee, dat is ons mensen voorbehouden....)